(verschenen in Binnenlands Bestuur)

Overal in het land zoeken politieke partijen kandidaten voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Hoog op veel verlanglijstjes: meer vrouwen. Helaas melden die zich minder vaak spontaan voor de politiek dan mannen. Terwijl de lokale democratie een meer feminiene invalshoek heel goed kan gebruiken. In het jaar waarin het passief vrouwenkiesrecht precies een eeuw bestaat, mag er wel een tandje bij om dit te bereiken. Maar de inzet om vrouwen te interesseren voor de politiek moet niet meer, maar vooral anders.

kandidaatIn 1883 wilde Aletta Jacobs zich kandidaat stellen voor de gemeenteraad van Amsterdam. Alle Nederlanders hadden tenslotte volgens de wet kiesrecht, redeneerde ze. De Hoge raad stak er een stokje voor en oordeelde met een formulering die we anno 2017 op z’n zachts gezegd curieus zouden vinden. Als deze wet ook voor vrouwen had gegolden, dan had dat er letterlijk in moeten staan. En aangezien de kieswet niet expliciet ‘vrouwen’ als groep meldde, kwamen vrouwen – en dus ook Jacobs – niet in aanmerking voor passief kiesrecht. Pas in 1917 werd deze semantische kronkel aangepast en mochten vrouwen zich op kieslijsten laten plaatsen. Twee jaar later, in 1919, werd de wet zelfs zo aangepast, dat vrouwen ook zelf de stembusgang konden maken.

Hoe wel we ons er heden ten dage niets bij voor kunnen stellen dat stemmen een mannenzaak zou zijn, is het een eeuw later nog steeds niet vanzelfsprekend dat vrouwen politiek actief zijn. Het aantal vrouwen in gemeenteraden schommelt al jaren rond de vijfentwintig procent. Gemeenteraden als die van Blaricum (met 8 van de 13 leden een ruime meerderheid vrouwen in de raad) of Coevorden (13 vrouwelijke raadsleden op 25) zijn de uitzondering. In colleges van burgemeester en wethouders zijn de cijfers nog minder rooskleurig. Nog geen vijfde, 21 procent, is vrouw. Maar niet alleen cijfermatig zijn politieke vrouwen de uitzondering. Sterker, vrouwelijke politici worden nog steeds begroet met ogenschijnlijk goed bedoelde anachronistische karikaturen. Het college van Sint Anthonis, dat geheel uit vrouwen bestaat, kreeg na de installatie de vraag of ze zouden gaan shoppen bij wijze van teambuilding. Van het Rotterdams college, allemaal van het mannelijke geslacht, suggereerde níemand of ze bij de begrotingsretraite zouden gaan houthakken of tractorpullen.

Een ‘Trudeautje’

Zelfs als het wél lukt om vrouwen op prominente plaatsen in de politiek te krijgen, worden de kandidaten in ieder geval met verbázing begroet. De inmiddels tot Canadese president gekozen Justin Trudeau presenteerde in zijn campagne een divers samengestelde lijst. De helft van al zijn medestrijders bleek vrouw. Hoewel zo’n percentage past bij de bevolkingssamenstelling werd tijdens de presentatie van de lijst door een journalist toch gevraagd ‘waarom?’. De onderkoelde Trudeau antwoordde overigens met ‘omdat het 2015 is.’

De nieuwgekozen Franse president Macron haalde onlangs hetzelfde ‘Trudeautje’ uit. Zowel zijn kieslijst als zijn kabinet bestaat voor de helft uit vrouwen. En net als in Canada ging het daar niet vanzelf. Van de aanmeldingen voor de kieslijst van Macron was 29 procent vrouw. Pas na de selectie ontstond de evenwichtige lijst.

Ook in ons land blijft het aantal vrouwen dat zich meldt op de zelfde wijze achter, zo rapporteert het kennisinstituut voor emancipatie Atria in haar onderzoek Vrouwenstemmen uit 2016. Het is geen onwil, merkte Atria. Vrouwen denken er domweg niet aan om zich kandidaat te stellen, voelen zich niet aangesproken door de bestuurscultuur of denken dat ze niet competent genoeg zijn voor het politieke werk. Kortom, om vrouwen voor het politieke ambt te interesseren én zo een evenwichtige lijst te krijgen zullen partijen en hun lijstsamenstellers dingen moeten veranderen. Vrouwen betrek je niet bij de politiek door meer van het zelfde te doen. De aanpak moet anders.

Democratische plicht

Al in 1922 deed Thiska Schermafdruk 2017-06-30 17.12.44Thiel-Wehrbein, een van de eerste vrouwen in de gemeenteraad van Amsterdam, een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel van vrouwen. In het ‘Tijdschrift van het Genootschap voor Zedelijke Volkspolitiek’ schreef zij:

‘Het kan niet anders, of de vrouwen van thans, die ‘t hart op de rechte plaats hebben, moeten gevoelen, dat ze zich niet langer de weelde mogen veroorloven, werkeloos toe te zien. Zij moeten wel beseffen, dat ook zij plichten te vervullen hebben tegenover de maatschappij, dat zij in ieder geval moeten trachten, die maatschappij tot een veiliger en gelukkiger woonoord te maken […]’

In meer modern Nederlands: niet miepen, maar meedoen. Maar er is meer. Ook om andere redenen dan om representatieve redenen heeft het hebben van een meer diverse samenstelling van de volksvertegenwoordiging zin. Allereerst hebben vrouwelijke politici als rolmodel een emanciperende werking. Anders gezegd, welk beeld geef je jonge vrouwen als de gemeente, de provincie of zelfs het land alleen maar door politici van het mannelijke geslacht wordt geleid?

Daarbij, feit is dat mensen geneigd zijn om vooral vanuit hun eigen referentiekader te redeneren. Ook politici. Diversiteit voorkomt tunnelvisies en zorgt voor meer perspectieven op wat er nodig is om te zorgen voor een veiligere en gelukkigere maatschappij, zoals Thiel-Wehrbein stelt. Toen in een Indiaas experiment bij tourbeurt deelstaten werd verplicht om vrouwen in het politiek bestuur op te nemen, veranderde de agendering, de manier waarop argumenten werden geformuleerd en zo ook het draagvalk voor politieke besluitvorming. Het perspectief van de politiek veranderde mee met de samenstelling van het bestuur.

Voor de Nederlandse politieke situatie is deze perspectiefverandering hoogst actueel. Interessant is de vraag of meer vrouwen in de gemeenteraden zou bijdragen aan de belangrijkste ontwikkeling die op dit moment speelt in het openbaar bestuur: de ‘kanteling’ van representatie naar participatie. Bij een participerende overheid horen competenties die van oudsher meer als vrouwelijk dan als mannelijk worden beschouwd. Meer verbindend en luisterend dan polariserend en orerend. Met meer vrouwen in de politiek zou deze beweging dus makkelijker moeten verlopen.

‘Politiek is te belangrijk om aan mannen over te laten’, zei Els Borst. In onze representatieve democratie is het toch vreemd dat de vrouwelijke helft van de bevolking zich onbetuigd laat. En klaarblijkelijk geldt dat ook voor de kwaliteit van het politiek beleid.

Actie: van werkateliers tot campagne

schermafdruk-2017-03-02-12-41-17Gelukkig zijn er in het hele land initiatieven om vrouwen warm te maken voor de politiek. Een greep uit de activiteiten: in de gemeente Baarn organiseerden de vrouwen uit de raad en het college een serie werkateliers voor vrouwen over het raadslidmaatschap. De provincie Drenthe heeft er meerjarenproject voor opgezet, met onder andere bijeenkomsten voor potentiële gegadigden én voor de kandidaatstellingscommissies van politieke partijen. Femnet, de feministische werkgroep van GroenLinks, heeft een buddysysteem in het leven geroepen voor vrouwen die zich op het raadslidmaatschap willen oriënteren. En de stichting Stem op een Vrouw, die bij de landelijke verkiezingen campagne voerde voor voorkeurstemmen op vrouwen, roept nu via social media en website vrouwen op zich kandidaat te stellen.

Op zoek naar talent

De vraag is hoe er deelnemers voor al die activiteiten gevonden worden. Gelukkig zijn er altijd vrouwen die zich er wel spontaan voor melden. Maar om een groter potentieel aan politiek talent te bereiken, is meer nodig. Een publiciteitscampagne is al een goed begin. De lokale media blijken graag bereid om aandacht te besteden aan wervingsacties. Toch kunnen organisatoren meer doen. Net als degenen die voor politieke partijen op zoek zijn naar divers talent. Actief scouten naar talent is dan ook geboden. Dat vraagt speurwerk, en pro-activiteit. Vraag vrouwenzich te kandideren, in plaats van hoopvol te zitten wachten tot er iemand hapt.

Goede plekken om te beginnen met zoeken zijn verenigingen en andere maatschappelijke organisaties, lokale media, websites en blogs. Welke wijkcomités, ondernemersverenigingen en verenigingen zijn er in de gemeente? Welke vrouwen zijn daar al actief? Wie laat al van zich horen? Op blogs, in de lokale krant of misschien zelfs in de raadszaal als inspreker? De kans is groot dat de vrouwen die je hier treft, al een aantal voor de politiek zeer handige competenties ontwikkeld hebben: netwerken, een standpunt innemen, overtuigend optreden, noem maar op.

Politiek, da’s toch niets voor mij…

Vraag het gewoon eens aan een talentvolle vrouw: ooit aan de gemeenteraad gedacht? Mogelijk is de eerste reactie afwerend. ‘Dat is niets voor mij’ is een veel gehoord antwoord. Dat hoeft niet het einde van de poging te zijn. Ga het gesprek aan, nodig haar uit voor een kennismaking. Bij voorkeur geen fractievergadering, een bespreking over lopende dossiers met veel onbekende geschiedenis, namen en afkortingen is niet bepaald een laagdrempelige binnenkomer. Kortom, laat de inhoud van het politieke werk zien en niet – zoals zo vaak gebeurd – de procedures ervan.

Zorg voor een vast contactpersoon, een mentor of buddy. En vooral: geef feedback. Wat maakt dat jij denkt dat de vrouw in kwestie een goed raadslid zou zijn? Welke kwaliteiten heeft zij in huis? En welke ondersteuning is er voor haar om zich verder te ontwikkelen? Dat laatste kan de drempel flink verlagen. Vrouwen willen namelijk meestal zeker weten dat ze iets echt kunnen voordat ze ergens aan beginnen. Een zo goed als onmogelijk eis aan zichzelf. Ieder nieuwgekozen raadslid heeft nog een boel te leren. Een andere optie is om iemand op een opvolgplek op de lijst te plaatsen, dat biedt mensen de kans om zich een tijd in de luwte te ontwikkelen.

Over de drempel

Er worden dus gelukkig veel mooie wervende activiteiten georganiseerd. Maar dat laat onverlet dat ook vrouwen een stap zouden moeten zetten om hun verantwoordelijkheid te nemen voor het openbaar bestuur. Ja, het kost tijd. Maar vergaderen kan ook slim en je hoeft echt niet alle stukken te lezen. Ja, er is vaak een haantjescultuur. Maar als er meer vrouwen komen, zal de sfeer veranderen. En het raadswerk gaat veranderen onder invloed van de participatie in het openbaar bestuur, dat kan niet anders. De wereld verandert, de raad moet mee.

Om Thiel-Wehrbein nogmaals te citeren: ‘En waar de vrouwen thans in het kiesrecht het middel zullen bezitten, om directen invloed uit te oefenen op de totstandkoming der wetten, daar zullen zij, die ernstig naar verbeteringen streven, maar die kippevel krijgen bij het woord ‘politiek’ (en zulke zijn er!), die huivering moeten trachten te overwinnen en zich eerst eens op de hoogte moeten stellen van wat dat woord beduidt.’

Kom op vrouwen, de gemeente, de raad en alle politieke mannen hebben jullie meer dan ooit nodig.